De griet

Onderweg

Een blonde dame zou het moeten zijn
De vrouw tegenover ons in de trein
Maar niets is minder waar
Ze gedraagt zich nogal raar
Ogen wegdraaien, gekke bekken trekken, doet ze aldoor
Heel hard praten, aandacht trekken, maar waarvoor?
Tegenover haar zit slechts haar vriendin
En die is er aan gewend, dat zit er dik in
Met de voeten op de bank openbaart ze al haar geheimen
De praat is ordinair dat valt toch niet te rijmen
Ze zit hier in de eerste klas
En propt zich vol met rotzooi uit haar tas
Een dame is het zeker niet
Wat overblijft is toch een ordinaire griet!